
Leiden
Balkons Leiden
Meerdere balkons in Leiden gerenoveerd, met betonherstel en een waterdichte antislip coating die de balkons beschermt en weer een verzorgde uitstraling geeft.
Bekijk project: Balkons Leiden
Leiden
Een dilatatievoeg, ook wel uitzetvoeg, is een bewust aangebrachte onderbreking in beton, dekvloer, dak of metselwerk. Materiaal zet uit bij warmte en krimpt bij kou; krijgt die beweging geen eigen plek, dan zoekt de constructie zelf een zwakke plek en scheurt daar. DG Betontechnieken bepaalt waar de voeg hoort te lopen, maakt hem op maat open en vult hem met een elastisch materiaal dat de beweging blijft volgen in plaats van eraan te bezwijken.
Herkent u dit?
Een voeg die het opgeeft, meldt zich zelden bij de voeg zelf. Meestal ziet u het er vlak NAAST gebeuren.
Er loopt een scheur op korte afstand langs de voeg mee. Dat is het duidelijkste bewijs dat de voeg vastzit of te krap is: de beweging is naast de naad naar buiten gekomen, op de plek waar het materiaal het eerst bezweek.
Het elastische materiaal komt langs één voegwand los, of het is hard geworden en gebarsten. Er valt vuil in de opening en bij regen loopt er water door de naad naar beneden.
De betonranden langs de naad zijn stuk en er is een geul ontstaan. Op een bedrijfsvloer voelt u dat bij elke heftruck die eroverheen gaat, en juist die klappen maken de geul verder open.
Aan het plafond of tegen de wand eronder tekent zich vocht af dat exact het verloop van de voeg volgt. Bij een dak, parkeerdek of galerij is de voeg dan de doorvoerroute en niet het oppervlak.
Iemand heeft de naad met mortel of harde kit dichtgemaakt om hem netjes te krijgen. Daarmee is de voeg feitelijk opgeheven: de beweging is er nog, maar kan nergens meer heen.
In al deze gevallen is het niet de vloer die tekortschiet, maar de voeg die zijn werk niet meer kan doen.
Onze werkwijze
Het meeste werk aan een uitzetvoeg zit in de voorbereiding. Een voeg gaat namelijk vrijwel nooit stuk door het vulmateriaal zelf, maar doordat de flanken waaraan dat materiaal moet hechten niet schoon of niet recht waren.
Stap 1
Wij kijken naar de constructie: hoe groot de vloervelden zijn, welke bouwdelen los van elkaar staan, hoeveel warmte er op het oppervlak komt en wat de ondergrond doet. Daaruit volgt waar de voeg hoort te lopen en hoeveel beweging hij moet kunnen opnemen. Bestaat de voeg al, dan bepaalt de staat van de flanken wat er nodig is.
Stap 2
Aan de hand van de beweging, de belasting en de omgeving kiezen wij de opbouw: een gesloten voeg met elastisch vulmateriaal, of een open voeg met een profiel dat de randen beschermt. Op een vloer waar gereden wordt gaat bescherming van de randen vóór het uiterlijk.
Stap 3
De voeg wordt op de juiste breedte en diepte gezaagd of uitgefreesd, oud materiaal gaat er volledig uit en de flanken worden stofvrij gemaakt. Een voeg die op resten of stof wordt gevuld, laat langs de rand los — dat is verreweg de meest voorkomende oorzaak van een voeg die het al na één seizoen begeeft.
Stap 4
Afgebrokkelde betonranden worden eerst aangeheeld, zodat de vulling een rechte flank heeft om aan te hechten en de rand de belasting weer kan dragen. Zonder die stap trekt de nieuwe vulling de zwakke rand gewoon mee los.
Stap 5
De flanken worden voorbehandeld en de voeg wordt gevuld in de juiste verhouding tussen breedte en diepte, zodat het materiaal kan rekken zonder los te scheuren. Waar dat nodig is komt er een rugvulling in, zodat de vulling alleen aan de twee flanken hecht en niet ook aan de bodem — een voeg die aan drie kanten vastzit, kan niet meer rekken.
Stap 6
Als het materiaal is uitgehard lopen wij de voeg na op hechting en op de aansluitingen bij hoeken, opstanden en doorvoeren. Dat zijn de plekken waar een voeg als eerste opengaat, en dus de plekken waar wij het liefst nu al iets aan doen.
Waarom nu
Een uitzetvoeg valt pas op als hij niet meer werkt. Zolang hij dicht is en meebeweegt gebeurt er niets zichtbaars; laat hij los, dan verplaatst de beweging zich naar het beton ernaast. U ruilt een rechte naad die daar hoort in voor een scheur die zich nergens iets van aantrekt.
Een losgelaten voeg laat bovendien water door. In een bedrijfsvloer betekent dat een verzadigde ondergrond onder de vloer; in een dak of parkeerdek betekent het water bij de wapening en op de constructie eronder. Het herstellen van die vloer of dat dek is een aanzienlijk groter werk dan het opnieuw aanbrengen van de voeg.
Ook de randen tellen mee. Elke keer dat een wiel over een afgebrokkelde voegrand gaat, breekt er iets bij. Wat als een smalle groef begint, wordt een geul die niet meer met alleen een nieuwe vulling te verhelpen is; dan hoort er eerst betonherstel bij.
En het werk is goed te plannen. Voegherstel gaat per strekkende meter en per vak, zodat een vloer of dek meestal deels in gebruik kan blijven. Die ruimte verdwijnt zodra het beton eromheen is gaan meedoen.
Leiden
Leiden ligt aan de noordrand van ons werkgebied; er is eerder balkon- en coatingwerk van ons in de stad uitgevoerd.
De Leidse binnenstad is compact en historisch, met veel panden pal aan het water. Daaromheen ligt een ring van vooroorlogse woonwijken, en aan de noord- en zuidrand liggen naoorlogse uitbreidingen met gestapelde bouw, galerijflats en betonnen balkons. Doordat veel panden gesplitst of gestapeld zijn, is de buitenruimte er vaak gedeeld — en een galerij of balkon dat door meer mensen wordt gebruikt, slijt sneller.
Leiden ligt op veen, tussen twee Rijntakken en met een hoge grondwaterstand. Souterrains en kelders staan er onder druk van buitenaf, en zetting geeft scheurvorming op de aansluitingen — precies de plek waar injecteren meestal meer oplevert dan een reparatie aan het oppervlak.
Leiden is vanaf Dordrecht bereikbaar via de A16 en de A4, langs Rotterdam en Leidschendam.
Uit de praktijk

Leiden
Meerdere balkons in Leiden gerenoveerd, met betonherstel en een waterdichte antislip coating die de balkons beschermt en weer een verzorgde uitstraling geeft.
Bekijk project: Balkons LeidenLeiden
Voor een VvE in Leiden de galerijen voorzien van een compleet coatingsysteem: ondergrond voorbereid, waterdicht opgebouwd en afgewerkt met een antislip toplaag.
Bekijk project: Coatingsysteem galerij LeidenVeelgestelde vragen
Bij een gesloten voeg zit de naad vol met een elastisch materiaal dat de beweging opneemt en tegelijk water en vuil buitenhoudt. Bij een open voeg blijft de naad open en beschermt een profiel of een opstaande rand het kwetsbare beton langs de opening. Welke van de twee past hangt af van hoeveel de constructie beweegt, of er overheen gereden wordt en of de voeg water moet keren.
Kitten kan, maar alleen als de kit de beweging aankan én de voeg goed is voorbereid: op maat gezaagd, schoon en met de juiste verhouding tussen breedte en diepte. Een laagje kit op een vuile of te ondiepe voeg laat bij de eerste flinke temperatuurwisseling langs één zijde los. Dichtsmeren met mortel is geen oplossing maar het einde van de voeg — de beweging blijft en komt er dan naast uit.
Waar bouwdelen los van elkaar bewegen en in grote aaneengesloten oppervlakken: op de overgang tussen twee constructiedelen, langs opgaand werk, rond kolommen en op regelmatige afstand in een groot vloerveld. De juiste plek volgt uit de constructie. Een voeg op een willekeurige plaats zagen lost de beweging niet op en verzwakt de vloer alleen maar.
Het werk gaat per voeg en per vak, dus een deel van de vloer of het dek blijft meestal bruikbaar. Wat de doorslag geeft is de uithardingstijd van het vulmateriaal: die strook moet met rust gelaten worden tot hij belast mag worden. Wij stemmen de fasering daarop af en spreken vooraf af welke delen wanneer vrij zijn.
Als de ondergrond een dilatatievoeg heeft, moet die door de nieuwe vloer of coating heen worden doorgezet op exact dezelfde plaats. Een voeg die wordt overgegoten, tekent zich binnen korte tijd af als scheur in de nieuwe laag — de beweging eronder gaat immers gewoon door. Bij een gietvloer of coating over een bestaande vloer nemen wij de aanwezige voegen daarom altijd mee in het plan.
Ja. In het portfolio op deze site staan een balkonproject en een coatingsysteem die wij in Leiden hebben uitgevoerd.
In Leiden is dat meestal de eerste verdachte: de grondwaterstand staat hoog en een souterrain ligt eronder. Het verschil met optrekkend vocht is belangrijk, want water onder druk vraagt om een afdichting aan de drukzijde en om het injecteren van scheuren en naden. Daarom beoordelen we eerst waar het water binnenkomt.
Intensief gebruik en waterafvoer. Een gedeelde buitenruimte krijgt meer belopen, meer meubilair en meer schoonmaakwater te verduren dan een privébalkon. De afwerking moet daar tegen kunnen en het water moet weg kunnen; anders slijt de toplaag en bereikt vocht het beton eronder.
Ook actief in
Ook voor u interessant
Contact
Vanaf onze vestiging in Dordrecht is het ongeveer 55 minuten rijden naar Leiden.
Vertel kort wat er speelt en voeg eventueel foto's toe. Wij komen langs om de situatie te bekijken en sturen u daarna een heldere offerte.